Web 3.0: dat is de term voor het nieuwe, nog te ontwikkelen, internet.

Ergens in 2010 moet het volgens de experts al gemeengoed zijn. Maar waar staat Web 3.0 eigenlijk voor?
De Europese Commissie dient het voortouw te nemen bij Web 3.0, de volgende generatie internet. Zo verklaarde Eurocommissaris voor Informatietechniek Viviane Reding onlangs in de internationale pers. Een mooi plan, al weet bijna niemand wat Web 3.0 precies is.


Volgens Boris Veldhuijzen van Zanten (37), een van de eerste internetondernemers in Nederland, is de term ook nogal vaag. „Web 3.0 is eigenlijk een soort verzamelnaam voor mensen die met elkaar in verbinding staan en apparaten die draadloos met elkaar praten”, zegt hij.

„TomTom en Vodafone bijvoorbeeld maken gebruik van GPS-technologie en GSM-netwerken om de file-informatie richting automobilisten op peil te houden. De gegevens daarvoor worden verzameld via duizenden mobiele telefoons. Zo'n systeem is een voorbeeld van apparaten die ‘connected’ zijn en samen nuttige informatie opleveren, waar we zelf verder niets voor hoeven te doen.”

Was Web 1.0 vooral het ‘zenden’ van informatie via statische websites waar gebruikers weinig interactie mee hadden, Web 2.0 veranderde dat allemaal drastisch. De interactie tussen meerdere personen werd het belangrijkste element van het internet. Het betekende de opkomst van weblogs, podcasts, sociale netwerken als eBay, MySpace, YouTube en Hyves en de vorming van het internet zoals we het nu kennen. De volgende generatie van het internet, Web 3.0, zal volgens Veldhuijzen van Zanten echter veel meer gaan om het verbinden van objecten via draadloze netwerken. „Door alles met elkaar te verbinden, ontstaan nieuwe sociale netwerken. Niet alleen tussen apparaten en mensen, maar ook tussen apparaten onderling.”

Ook in het toekomstbeeld van Eurocommissaris Reding zijn het niet alleen computers meer die met elkaar communiceren. Dingen als huishoudelijke apparaten gaan eveneens online. Hetzelfde geldt voor slimme ‘RFID-tags', kleine computerchips die objecten én mensen kunnen identificeren. Europa ziet zelfs fietsen, bankbiljetten en autobanden aan een netwerk hangen. Even de bandenspanning opmeten? Een draadloze techniek doet de meting en stuurt de resultaten naar het mobiel.

Volgens Reding zal Web 3.0 wereldwijd leiden tot nieuwe innovatieve diensten, meer efficiëntie en een hogere productiviteit. Maar hoe zit het met de ontwikkeling van Web 3.0-diensten? Hoe ver staat het daar al mee? Veldhuizen Van Zanten kan aan websites niet afzien of deze tot het nieuwe web behoren of niet. „Websites behoren sowieso tot het ‘oude’ internet.

Alleen als er apparaten aan te pas komen die samen dingen doen, kun je zeggen dat een site Web 3.0 is. Een Amerikaanse website als Loopt.com kun je er wellicht toe rekenen. Daar kun je software installeren op de iPhone die registreert waar je naar toe gaat. Vrienden die de software ook op hun telefoon hebben, kunnen jou weer volgen.”

Met ‘het internet van de dingen’ is de definitie van Web 3.0 echter niet compleet. Experts rekenen er het intelligenter maken van het bestaande internet eveneens toe. Tim Berners-Lee, de grondlegger van het huidige internet, denkt daarbij aan het verrijken van webpagina's met ‘metadata'. Door online documenten van begrijpelijke etiketten te voorzien, zouden webapplicaties en apparaten ze beter leren begrijpen.

Online info zal dan ook beter gesorteerd kunnen worden op betekenis en samenhang. Veel beter nog dan Google nu doet. Dat intelligent zoeken op internet al mogelijk is, bewijst de E-Culture-zoekmachine, die een databank doorzoekt van kunstobjecten bij verschillende Nederlandse musea. Zoek bijvoorbeeld op ‘Picasso’ en de E-Culture-zoekmachine maakt, anders dan Google, onderscheid tussen de persoon Picasso, zijn kunstwerken en de Picasso-collecties in de musea.

Web 3.0 zal deels ook draaien om het toegankelijker maken van online identiteiten. Zo zal elke internetgebruiker in de toekomst slechts één identiteit hebben waarmee hij of zij over het internet surft. Die ene identiteit bevat echter alle informatie die hij of zij aan websites wil afstaan. Op internet kan het al in een ‘Friend-of-a-friend'-bestand of ‘FOAF'-file. In het bestand, dat online vooral door techneuten wordt gebruikt, is allerlei persoonlijke informatie op te slaan: van een eigen mailadres tot en met favoriete hobby's en vakantiebestemmingen. Nog belangrijker: elke zoekmachine of webapplicatie kan de informatie eenvoudig inzien. Internetgebruikers kunnen daardoor een heleboel persoonlijke info ter beschikking stellen aan internetdiensten, die deze gegevens maar eenmalig hoeven op te slaan.

Rest de vraag of Web 3.0 de privacy van mensen niet nog verder aantast. Volgens Veldhuijzen van Zanten moet daar echter niet te zwaar aan getild worden.

„Privacy wordt overschat. Mensen denken dat het belangrijk is, tenzij je ze een korting geeft op een product. Alleen voor criminelen is het vervelend dat mobiele telefoons straks al hun sporen verraden. Voor de rest is het toch fijn om te weten dat je vrienden in het café naast je zitten?”


 
contact opnemen

Referenties

News image
WeCT Internet Marketing
Morsestraat 22
6716 AH Ede

Tel: 0318 488505
Email: wect@wect.nl